Puerto Princesa – Palawan

We willen onze reis graag beginnen met een vakantie. Zon, zee en strand om even bij te komen van alle voorbereidingen. Vandaar dat we op de Filipijnen beginnen. We zijn namelijk getipt dat het grote eiland Palawan precies is wat we zoeken: niet té toeristisch, veel witte, lange stranden met kneuterige hutjes. Een soort Thailand van jaren geleden..

Het is een uur vliegen van Manila naar Palawan. We vliegen met Cebu Pacific Air, een Filipijnse gele Easyjet met tijdens de vlucht een quiz waar je leuke prijzen mee kunt winnen. Later komen we er achter dat de vragen op iedere vlucht de hele maand hetzelfde zijn, maar eh… we hebben echt geen ruimte meer in de bagage, dus we houden ons stil. Het vliegveld van Palawan is zo’n landingsbaan waar het vliegtuig aan het einde keert en dan naar een gebouwtje in het midden rijdt. De bagageband is puur symbolisch. Sterker nog: het is niet eens een rondje, aan het einde valt alles er gewoon af. Buiten staan de chauffeurs van de tricycles (de Filipijnse variant van de tuktuk) netjes aan de overkant van de straat te wachten en ze vragen zelfs bijna hetzelfde bedrag dat ze ook aan locals zouden vragen. Denken we.. Kortom: Palawan is relaxed.

Na een ritje van zo’n 10 minuten komen we aan bij Kianna’s Inn & Restobar. Aan het whiteboard met ‘family Alida Nell’ erop te zien, worden we verwacht. De familyroom is klaar en als straks de stroom aan gaat ook nog koeler dan buiten. De restobar heeft een pool-tafel en er zit iemand zwijgend voor een koelkast met bier en fris. Omdat het zwijgen nogal hardnekkig is en de ‘keuken’ erg leeg, gaan we richting centrum om wat te eten. Dat blijkt een redelijke uitdaging. Uiteindelijk zwichten we voor een Jolibee-filiaal, een soort kruising tussen Chinees, MacDonalds en KFC. Dat krijg je als je ergens aankomt waar je de weg niet kent en het binnen een half uur donker is.

De volgende dag hebben we natuurlijk maar 1 missie: strand. Snelle research stuurt ons per tricycle naar ‘Pristine Beach’. Een stuk strand waar entree voor gevraagd wordt, blijkt later, maar dan heb je ook wat. Helblauwe zee en een wit strand met hutjes op palen. Die zijn er natuurlijk voor de schaduw waar onze witte lijven om vragen, maar dat hebben we de dag daarna pas door. Als we allemaal fors verbrand zijn. Factor 80 komt bovenaan de boodschappenlijst.

In totaal zitten we 4 nachten in Kianna’s Inn. Mocht je er ook een keer naar toe gaan: vroeger heette het Pilars Place. Daar komen we achter als een tricycle-driver ons vanuit de hoofdstraat meeneemt naar de totaal andere kant van het dorp. Hij vraagt 3 keer de weg aan collega’s, negeert onze bezorgde vragen (en Ike’s betraande gezicht) en als we er uiteindelijk zijn geven we hem toch maar een paar peso’s extra. Dat zijn dan Pilars Peso’s..

In Puerto Princesa starten we met school, slaan we geld in bij de pinautomaten omdat we hebben gehoord dat er elders op Palawan weinig tot geen ATM’s zijn en eten we het lekkerst in het goedkoopste tentje. Bona’s Chaolong serveert stokbroodjes en soepen met een soort stoofvlees aan locals. En aan 4 toeristen uit Nederland. Verder doen we eigenlijk niet zo veel bijzonders in Puerto Prinseca. Landen. Beginnen aan die vakantie. Genieten van de dingen die we op straat zien. En wennen aan de warmte.

terug naar de homepage